Go To Top
Direct naar nieuwsberichten over:

Vermelding in Who’s Who Legal - Government Contracts 2015

Onze aanbestedingsadvocaten Anne Fischer en Anke Stellingwerff Beintema zijn ook dit jaar door Who’s Who Legal aangemerkt als behorende tot de 'leading' aanbestedingsadvocaten in Nederland.

Mededinging

Kamerbrief over handleiding combinatieovereenkomsten bij aanbestedingen

De Minister van Economische Zaken heeft op 4 mei 2015 een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over de recent uitgebrachte Handleiding combinatieovereenkomsten. De handleiding beoogt ondernemers meer helderheid te verschaffen over de mededingingsrechtelijke toelaatbaarheid van combinatieovereenkomsten. De Minister schrijft: “Dit betekent voor het bedrijfsleven een handleiding waarbij op één pagina wordt uitgelegd wanneer het vormen van een combinatieovereenkomst is toegestaan”. Dit is een uiterst simplistische voorstelling van zaken die in schril contrast staat met de handhaving door de ACM in kartelzaken.

Als voorbeeld mag dienen de vaststelling van de relevante markt en het aandeel daarvan van de inschrijvende combinanten. Het gezamenlijke marktaandeel van de combinanten is bijvoorbeeld van belang voor de vraag of gebruik gemaakt kan worden van de bagatelvrijstelling. Als de combinanten een marktaandeel hebben van minder dan 10% kan gebruik gemaakt worden van deze vrijstelling.

Doorgaans stelt de ACM zich op het standpunt dat de aanbesteding de relevante markt vormt en dat het marktaandeel moet worden berekend aan de hand van het aantal inschrijvers. Bij een aanbesteding met bijvoorbeeld vier inschrijvers heeft iedere inschrijver dus een marktaandeel van 25% volgens de ACM.

Hoe anders ging de ACM te werk in de zaak WMO Friesland. Daar waren 30 (potentiële) inschrijvers op de aanbesteding hetgeen voor de twee thuiszorginstellingen die de aanbesteding zouden hebben afgestemd een gezamenlijk marktaandeel zou opleveren van 6,7%, waardoor de samenwerking niet zou vallen onder het kartelverbod omdat geprofiteerd kan worden van de vrijstelling. De ACM stelt echter na een zeer uitgebreid economisch onderzoek vast dat in dit geval mede gekeken moeten naar de marktaandelen op de thuiszorgmarkt in Friesland. Op deze markt hadden de thuiszorginstellingen op basis van historische gegevens een hoog marktaandeel. Tevens vond de ACM van belang dat de thuiszorginstellingen elkaars “meest gerede” concurrenten waren omdat zij meer kans zouden hebben gehad om de aanbesteding te winnen. De ACM kijkt blijkbaar ook naar de mate van concurrentiedruk die potentiële inschrijvers in het aanbestedingsproces op elkaar uitoefenen. De boete bedroeg bijna € 1,8 miljoen. De rechtbank Rotterdam heeft de kartelboete vrijwel geheel in stand gelaten (ECLI:NL:RBROT:2015:2912).

Deze zaak illustreert dat de Minister ondernemers op het verkeerde been zet met deze beknopte handleiding en hierdoor potentieel bloot stelt aan zeer hoge boetes van de ACM.

HvJ 23 april 2015, C-227/14P (ECLI:EU:C:2015:258), LG Display

Deze kartelzaak is alleen interessant vanwege de wijze waarop de boetes moeten worden berekend, meer speciaal of interne verkopen - in dit geval tussen de joint venture en ieder van haar moeders -voor het bepalen van de omzet in aanmerking moeten worden genomen, en in welke mate.

Van belang zijn de Richtsnoeren voor de berekening van geldboeten (06/C210/02) van de Europese Commissie, waarvan punt 5 luidt: (…) de Commissie zal zich bij de vaststelling van de geldboeten baseren op de waarde van de verkochte goederen of diensten die met de inbreuk verband houden (…). Punt 6 vervolgt: De combinatie van de waarde van de verkopen in verband met de inbreuk en de duur van de inbreuk wordt derhalve als een geschikte maatstaf beschouwd waarin zowel de economische impact van de inbreuk tot uiting komt als het relatieve gewicht van elke onderneming die aan de inbreuk heeft deelgenomen. De in Nederland geldende regeling – de Boetebeleidsregel ACM 2014 – kent dezelfde uitgangspunten. Zie art. 1.1, lid 1 onder “betrokken omzet”.

In dit arrest is aan de orde de vraag wat precies moet worden verstaan onder de waarde van de goederen of diensten die met de inbreuk verband houden. In de Nederlandse regeling: (…) die direct of indirect verband houden met de overtreding..

De Koreaanse onderneming LGD startte in 1999 als 50/50 joint venture tussen LG Electronics (Korea) en Philips Electronics. Enkele jaren later verwaterden deze percentages tot ongeveer 38 en 32. De onderneming fabriceert lcd’s, beeldschermen met vloeibare kristallen en raakte betrokken bij wereldwijde prijsafspraken, die aan het licht kwamen door klikken van Samsung, deelneemster aan het kartel.

Voor het bepalen van de hoogte van de boete heeft de Commissie de waarde vastgesteld van alle lcd verkopen binnen de EER die direct of indirect het voorwerp van de inbreuk uitmaakten. Daartoe rekende de Commissie ook verkopen door LGD aan haar beide moedermaatschappijen. LGD maakt daartegen bezwaar omdat (1) de Commissie niet heeft bewezen dat de kartelafspraken ook betrekking hadden op deze interne verkopen en (2) de preferentiële tarieven die voor deze interne verkopen golden, uitsloten dat die door kartel(prijs) afspraken waren beïnvloed (die prijzen waren immers veel hoger en werden - anders dan de interne verkopen – gerealiseerd op de vrije markt). Deze bezwaren worden met bewijs– en motiveringsklachten nader uitgewerkt.

Zij hebben geen succes. Het Hof herhaalt eerdere rechtspraak waarbij het besliste dat bij de boetebepaling zowel rekening mag worden gehouden met de totale omzet van de onderneming – die een aanwijzing is van de omvang en economische macht van de onderneming – als met de omzet die is behaald met de goederen waarop de inbreuk betrekking heeft – die een aanwijzing is van de omvang van de inbreuk. Dat betekent dat verkopen buiten de reikwijdte van het kartel niet mogen worden meegenomen maar betekent niet dat steeds moet worden bewezen dat die verkopen (verkoopprijzen) daadwerkelijk door het kartel zijn beïnvloed. Voldoende is dat de verkopen zijn gerealiseerd op een markt die is beïnvloed door het bestaan van het kartel (rov.56).

Voor de hier door Gerecht en Hof gekozen aanpak pleit in ieder geval dat interne verkopen – waarvoor doorgaans preferentiële tarieven gelden – indirect profiteren van kartelafspraken omdat – kort gezegd – die preferente (lage) prijs bij doorverkoop extra aantrekkelijk is.

Tot zover deze uitspraak. Het omzetcriterium als maatstaf voor economische macht en omvang (ernst) van de inbreuk is niet boven twijfel verheven: omzetten kunnen in absolute termen (zeer) hoog zijn, de marges tegelijk gering met een economisch kwetsbare onderneming als gevolg. Een op omzetten gebaseerde boete is dan niet adequaat.

Aanbesteding

Belangrijkste wijzigingen Aanbestedingswet 2012

In april 2015 heeft het ministerie van Economische Zaken het conceptwetsvoorstel tot wijziging van de Aanbestedingswet 2012 bekend gemaakt in verband met de implementatie van de nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen (de klassieke aanbestedingsrichtlijn, de richtlijn speciale sectoren en de concessierichtlijn).

De belangrijkste te verwachten wijzigingen op een rij:
  • Tussen deel 2 (implementatie klassieke aanbestedingsrichtlijn) en deel 3 (implementatie richtlijn speciale sectoren) wordt een deel 2a gevoegd ter implementatie van de concessierichtlijn. Er ontstaat één licht regime voor concessieopdrachten (voor werken en diensten) met een waarde van meer dan 5.186.000 euro (excl. BTW) (NB. dit drempelbedrag wijzigt per 1 januari 2016 naar een thans nog onbekend drempelbedrag). De duur is maximaal 5 jaar (comply or explain).
  • De procedure voor het innovatiepartnerschap wordt geïntroduceerd. Deze procedure biedt de aanbestedende dienst de mogelijkheid om een partnerschap aan te gaan en na een succesvolle ontwikkelfase het daaruit voortkomende product, werk of dienst direct aan te kopen.
  • De mogelijkheid om een marktconsultatie te houden wordt expliciet opgenomen (dit is nu overigens ook al mogelijk).
  • Aanbestedende diensten moeten de besluiten in alle stadia van de aanbestedingsprocedure kunnen motiveren. Om die reden zijn zij verplicht om voldoende documentatie bij te houden. Het betreft documentatie over het opstellen van de aanbestedingsstukken, communicatie met ondernemers en interne beraadslagingen, eventuele dialoog of onderhandelingen, en selectie en gunning van de opdracht. De informatie in het aanbestedingsrapport kan worden samengevoegd met het proces-verbaal. De informatie moet ten minste drie jaar na gunning worden bewaard.
  • De mogelijkheid om eisen, voorwaarden en criteria aan de inschrijvers en inschrijvingen te stellen die zien op andere stadia van de levenscyclus dan de oplevering van het werk, de levering of de dienst, bijvoorbeeld de productie- en verwijderingsfase wordt expliciet opgenomen (dit is nu overigens ook al mogelijk).
  • Aanbestedende diensten krijgen de mogelijkheid een specifiek keurmerk te eisen, mits voldaan wordt aan een aantal strikte voorwaarden.
  • Het maximum aantal percelen waarop kan worden ingeschreven kan worden beperkt. Daarnaast kan het maximum aantal percelen dat aan één inschrijver wordt gegund worden beperkt. En inschrijven op een combinatie van percelen kan worden toegestaan.
  • De term ‘economisch meest voordelige inschrijving (emvi)’ wordt gebruikt als overkoepelende term voor: i) beste prijs-kwaliteitverhouding (dit wordt thans aangeduid als emvi), (ii) laagste kosten op basis van kosteneffectiviteit (bijvoorbeeld TCO) en (iii) laagste prijs.
  • Toepassingsgebied van de mededingingsprocedure met onderhandeling (thans aangeduid als ‘onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking’) en de concurrentiegerichte dialoog wordt uitgebreid tot – kort gezegd – situaties waarin de openbare of niet-openbare procedure waarschijnlijk niet tot een bevredigend aanbestedingsresultaat zal leiden.
  • De verplichting om afzonderlijke opdrachten binnen het dynamisch aankoopsysteem separaat officieel aan te kondigen komt te vervallen. In plaats daarvan kunnen direct de tot het systeem toegelaten ondernemers worden uitgenodigd om in te schrijven op de specifieke opdracht. De elektronische marktplaats die in Nederland veel gebruikt wordt voor opdrachten onder de drempel of B-diensten kan worden ingericht als dynamisch aankoopsysteem, en kan daarmee ook gebruikt worden voor alle opdrachten boven de drempel.
  • Er komt een mogelijkheid voor kortere termijnen. Deze kunnen – slechts in geval van niet-centrale aanbestedende diensten - in overeenstemming met de geselecteerde gegadigden worden bepaald. (De termijnen moeten overigens nog steeds proportioneel zijn.)
  • Indien de aanbestedingsstukken aanzienlijk zijn gewijzigd moet de inschrijvingstermijn worden verlengd. Dit artikel impliceert dat aanzienlijke wijzigingen door middel van een Nota van Inlichtingen zijn toegestaan, en heraanbesteding niet noodzakelijk is. Dit is slechts anders als toelating van andere gegadigden dan de oorspronkelijk geselecteerden mogelijk was geweest, of dat meer marktpartijen aan de aanbestedingsprocedure zouden hebben deelgenomen.
  • Er geldt een verplichting tot elektronisch aanbesteden. Dit houdt in dat alle communicatie en informatie-uitwisseling tussen aanbestedende diensten en ondernemers elektronisch plaats vindt.
  • De Nederlandse uniforme eigen verklaring wordt vervangen door een Europese eigen verklaring: het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA).
  • Er komt een algemeen artikel dat aanbestedende diensten passende maatregelen moeten nemen ter voorkoming van belangenconflicten door bijvoorbeeld een interne regeling (integriteitsbeleid) op te stellen.
  • Er wordt een extra uitsluitingsgrond opgenomen om ondernemingen uit te kunnen sluiten die structureel te kort zijn geschoten bij de uitvoering van een opdracht. Ondernemers die betrouwbaarheid aantonen kunnen uitsluiting voorkomen.
  • Uitzonderingsmogelijkheden voor publiek-publieke samenwerking (waaronder de quasi-inhouse-uitzondering) worden opgenomen.
  • De mogelijkheid om opdrachten voor te behouden aan sociale werkvoorzieningen wordt uitgebreid. Thans moet minimaal 50% van de werknemers gehandicapt zijn. Dit percentage wordt verlaagd naar 30%. Daarnaast worden ‘kansarmen’ toegevoegd aan de doelgroep, en wordt de mogelijkheid geboden opdrachten voor te behouden aan ondernemingen die de maatschappelijke en professionele integratie van gehandicapten en kansarmen tot doel hebben.
  • Er komt een verplichting voor bedrijven om na gunning van de opdracht en tijdens de uitvoering van de opdracht contactgegevens en de wettelijke vertegenwoordigers van onderaannemers (die ter plaatse onder rechtstreeks toezicht van de aanbestedende dienst staan) te verstrekken aan de aanbestedende dienst. Bedrijven zullen deze gegevens moeten bijhouden en registreren en verstrekken aan de aanbestedende dienst, die de informatie ook moet registreren.
  • Aanbestedende diensten worden verplicht om opdrachten voor sociale en andere specifieke (voormalige B-)diensten met een waarde van boven 750.000 euro (excl. BTW) aan te kondigen. Dit kan door middel van een vooraankondiging voor sociale en andere specifieke diensten.
  • Een aantal voormalige B-diensten komt onder het reguliere aanbestedingsregime te vallen.
  • Een aantal diensten wordt aan het nieuwe verlichte regime toegevoegd.
  • De bijzondere voorwaarden betreffende de bouw van een complex sociale woningen komen te vervallen.
  • Uitgangspunt is dat wijziging van een opdracht of raamovereenkomst tijdens de looptijd ervan noopt tot het volgen van een nieuwe Europese aanbestedingsprocedure. Er komen bepalingen waarin nader wordt aangeduid onder welke omstandigheden toelaatbaar is zonder dat dit leidt tot een aanbestedingsplicht.
  • Deel 3 speciale sectoren: Onder het toepassingsbereik van deel 3 (speciale sectoren) vallen niet langer activiteiten met betrekking tot de exploratie van olie en gas en bepaalde postdiensten (financiële, logistieke, elektronische en filateliediensten).
  • Deel 3 speciale sectoren: de maximale looptijd voor raamovereenkomsten wordt beperkt tot 8 jaar (comply or explain). (NB. in deel 2 is dit maximaal 4 jaar)
  • Deel 3 speciale sectoren: Het drempelbedrag voor sociale en andere specifieke diensten is gesteld op 1.000.000 euro (excl. BTW).
  • Deel 3 speciale sectoren: Ook speciale-sectorbedrijven kunnen gebruik maken van de concurrentiegerichte dialoog.

Zorgverzekeraars CZ, Delta Lloyd en Ohra zijn niet aanbestedingsplichtig

Het gerechtshof te Den Bosch oordeelde recent, dat de zorgverzekeraars CZ, Delta Lloyd en Ohra niet aanbestedingsplichtig zijn.

Om te kunnen worden aangemerkt als aanbestedende dienst moeten zorgverzekeraars voldoen aan drie cumulatieve criteria, namelijk - kort gezegd – (i) voorzien in behoeften van algemeen belang anders dan die van industriële of commerciële aard, (ii) rechtspersoonlijkheid bezitten, en (iii) er moet sprake zijn van (a) > 50% financiering door één of meer aanbestedende diensten, (b) toezicht op het beheer door één of meer aanbestedende diensten en (c) > 50% van de leden van het bestuur, het leidinggevend of het toezichthoudend orgaan moet zijn aangewezen door één of meer aanbestedende diensten.

Het gerechtshof oordeelde weliswaar dat de betreffende zorgverzekeraars voorzien in behoeften van algemeen belang, maar oordeelde tevens dat deze van commerciële aard zijn. Aan het eerste voornoemde cumulatieve criterium wordt volgens het gerechtshof dus niet voldaan. Dit betekent dat de betreffende zorgverzekeraars volgens het gerechtshof niet zijn aan te merken als aanbestedende dienst en dus niet aanbestedingsplichtig zijn.

Het gerechtshof merkt uitdrukkelijk op, dat het een voorlopig oordeel betreft, nu het gaat om een hoger beroep van een kort geding. 100% zekerheid is er dus nog niet.

Maar vooralsnog kunnen zorgverzekeraars ervan uitgaan, dat (i) de Aanbestedingswet 2012 niet geldt bij opdrachten die zij wensen te verstrekken en (ii) bij inkoopprocedures die zij voeren het kader dat de Hoge Raad heeft neergelegd in het KLM/CCC arrest geldt, zie Nieuwsbrief 4.

Tijdelijk meldpunt integriteit inkoop en aanbestedingen Nationale Politie

Minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie opent een onafhankelijk tijdelijk meldpunt. Het meldpunt is bedoeld voor bedrijven die klachten hebben over mogelijke misstanden of integriteitschendingen bij aanbestedingsprocedures van de Nationale Politie, maar die zich niet vrij voelen om dit te melden bij de Nationale Politie zelf. Het meldpunt is er ook voor bedrijven die mogelijke misstanden al hebben gemeld bij de Nationale Politie en niet tevreden zijn over de manier waarop hun melding wordt behandeld. Het meldpunt is open van 1 mei 2015 tot 1 mei 2016.

Wijzigen technische specificaties tijdens gunningsprocedure

Recent oordeelde het Hof van Justitie in de zaak Enterprise Focused Solutions over de vraag of het een aanbestedende dienst is toegestaan om een technische specificatie waaraan het te leveren product moet voldoen (die hij kenbaar gemaakt heeft in de aanbestedingsstukken) mag wijzigen tijdens de gunningsprocedure (en dus na inschrijving). Dit is niet het geval (net zoals gunningscriteria niet tijdens de gunningsprocedure gewijzigd mogen worden). Een inschrijving die voldoet aan de in de aankondiging van de aanbesteding gestelde eisen mag niet worden afgewezen op gronden die niet in die aankondiging staan. Kortom: een aanbestedende dienst die technische specificaties wil wijzigen doet er goed aan om dit door middel van een rectificatie van de aankondiging kenbaar te maken (met verlenging van de inschrijvingstermijn).

Vrij om 1 op 1 te gunnen na mislukte vrijwillige aanbesteding

Aanbestedende diensten moeten er rekening mee houden dat de beginselen van gelijke behandeling en proportionaliteit automatisch gelden als zij vrijwillig een meervoudig onderhandse aanbesteding houden. Dit volgt uit artikel 1.14 van de Aanbestedingswet 2012. Dit is anders voor private aanbesteders. Dan geldt het kader dat de Hoge Raad heeft neergelegd in het KLM/CCC arrest, zie Nieuwsbrief 4.

Moet de meervoudig onderhandse aanbesteding worden ingetrokken vanwege strijd met één van deze beginselen, dan staat het de aanbestedende dienst daarna vrij om de onderhandelingsprocedure te volgen of de opdracht 1 op 1 te gunnen. Dit blijkt uit een recente uitspraak van de Voorzieningenrechter Midden-Nederland.

Problemen TenderNed voor risico inschrijver

Zorg ervoor dat u bijtijds inschrijft via TenderNed. Problemen met TenderNed zijn voor risico van de inschrijver. Dit heeft een inschrijver recent ondervonden. Zij heeft 4 minuten voor sluitingstijd de inschrijfwizard gestart. Om de indiening af te ronden diende zij enkel nog een TAN-code die zij 3 minuten voor sluitingstijd van TenderNed had ontvangen in te voeren. Normaal gesproken is dit voldoende tijd, maar in dit geval bleef het indieningsproces hangen. De termijn verstreek, en inschrijving was niet meer mogelijk. De Voorzieningenrechter Zeeland-West-Brabant oordeelde recent dat niet is vast komen te staan dat sprake is van een storing bij TenderNed. Maar, zelfs al zou hiervan sprake zijn, dan nog moeten de gevolgen daarvan voor risico van inschrijver blijven, nu deze er zelf voor gekozen heeft om de inschrijving zéér kort voor sluitingstijd in te dienen.

Staatssteun

HvJ 16 april 2015, C-690/13 (ECLI:EU:C:2015:235), Trapeza Eurobank

Trapeza Eurobank (“TP”), opgericht bij wet van 16 augustus 1929, heeft onder meer tot doel landbouwkredieten te verstrekken teneinde de agrarisch sector in Griekenland te versterken. Omdat de kredietfaciliteiten kennelijk als risicovol werden beschouwd, kreeg de bank bij dezelfde wet enkele bijzondere voorrechten, te weten (kort aangeduid)
  • het recht eenzijdig hypotheek te vestigen
  • het recht om te executeren zonder executoriale titel
Zij kan een en ander verwezenlijken met vrijstelling van (normaal verschuldigde) kosten en heffingen.

In 1987 – dus na de toetreding van Griekenland tot de EU – werd het doel van TP uitgebreid tot alle gebruikelijke bancaire diensten.

Naar aanleiding van deze bijzondere voorrechten ontstond een geschil tussen TP enerzijds en boer Sidiropoulos en Eurobank anderzijds. Sidiropoulos was cliënt bij zowel TP als Eurobank. Toen Sidiropoulos in financiële moeilijkheden raakte en Eurobank een executoriale titel had verworven, moest Eurobank TP op basis van diens bijzondere voorrechten bij de executie voor laten gaan. Voor Eurobank bleef niets over. Eurobank legde de verwijzende rechter daarom de vraag voor – kort aangegeven – of de bijzondere voorrechten van TP verboden staatssteun opleverden, zodat diens hypotheekinschrijving nietig was.

Het Hof loopt de verschillende voorwaarden voor staatssteun achtereenvolgens na: de voorrechten belasten de staatsbegroting (potentiele inkomstenderving), zijn niet marktconform, selectief, hebben een potentieel interstatelijk effect en gaan verder dan nodig om de betrokken onderneming te compenseren voor de uitgaven noodzakelijk ter vervulling van een (mogelijk) opgedragen publieke taak. Dit laatste element kwam met name aan de orde omdat TP na 1987 statutair in ieder geval (ook) alle normale bankactiviteiten kan verrichten.

Het is aan de verwijzende rechter om dit alles te onderzoeken. Hij moet bovendien vaststellen of de statutenwijziging van 1987 materieel ook het steunregiem wijzigde: zo nee, dan blijft (hooguit) sprake van “oude steun” die buiten de controleprocedure van (thans) art. 108 (3) valt. Zo ja, dan is – afhankelijk van het oordeel van de rechter over de overige voorwaarden – sprake van “nieuwe steun” die ten onrechte niet is aangemeld en daarom onrechtmatig is verleend (vgl. het arrest Residex Capital van 8 december 2011, C-275/10, EU:C;2011:814). Einde van de voorrechten in dat geval.

Kennis delen

Seminar MBF “Hoe steun te verlenen binnen de staatssteunregels”

U bent van harte uitgenodigd bij ons seminar “Hoe steun te verlenen binnen de staatssteunregels”. Het seminar vindt plaats op donderdag 4 juni 2015.

Sinds de inwerkingtreding van de nieuwe Algemene Groepsvrijstellingsverordening op 1 juli 2014 is het voor overheden eenvoudiger geworden om staatssteun-proof steun te verlenen aan ondernemingen.

Tijdens het interactieve seminar zullen de specialisten van Maasdam Broers Fischer advocaten u inzicht geven in wat staatssteun is en hoe deze staatssteun-proof verleend kan worden. Hierbij wordt nader ingezoomd op de onderwerpen projectontwikkeling en onroerend- en vastgoedtransacties en de overheid als ondernemer/marktdeelnemer in de markteconomie.

Mw. mr. D. Ninck Blok, senior beleidsadviseur van het coördinatiepunt staatssteun decentrale overheden van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, zal als coreferent reageren op de verschillende onderwerpen die tijdens het seminar behandeld worden.

Programma
13.30 – 14.00: Ontvangst met koffie/thee/versnapering
14.00 – 14.05: Opening
14.05 – 14.20: Wanneer is sprake van staatssteun?
14.20 – 14.45: De reikwijdte en praktische toepassing van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening
14.45 – 15.00: Reactie coreferent en discussie
15.00 – 15.15: Pauze
15.15 – 15.45: Projectontwikkeling en onroerend – en vastgoedtransacties
16.45 – 16.00: Reactie coreferent en discussie
16:00 – 16:30: De overheid als ondernemer/marktdeelnemer in de markteconomie
16.30 – 16.45: Reactie coreferent en discussie
16.45 – 17.30: Borrel

Locatie
New Babylon Meeting Center, Den Haag (goed bereikbaar met OV en de auto)

Kosten
€ 50,- (excl. BTW)

Aanmelden
U kunt zich tot uiterlijk 21 mei 2015 opgeven via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. o.v.v. uw naam, functie en contactgegevens. Vanwege het informele karakter van de bijeenkomst is het aantal plaatsen beperkt.

Inhouse cursus Mededinging, Aanbesteding en Staatssteun op maat

Maasdam Broers Fischer advocaten verzorgt op maat gesneden en praktijkgerichte, inhouse (compliance)trainingen en workshops. Maasdam Broers Fischer advocaten voert tevens audits uit ter waarborging van de mededingingsregels binnen uw organisatie. Indien u dit wenst, kunnen wij een scan uitvoeren op de aanbestedingsdocumenten op aanbestedingsrechtelijke onrechtmatigheden, onregelmatigheden en onduidelijkheden.

Lezingen

  • 11 juni 2015: Academie voor Overheidsjuristen, Verdiepingscursus aanbestedingsrecht, college knelpunten in een aanbestedingsprocedure (Anne)
  • 15 juni 2015: VU Law Academy, Leergang Aanbestedingsrecht voor juristen, college ‘staatssteunrecht’ (Yvonne)
  • 15 juni 2015: Academie voor de Rechtspraktijk, Roundtable First Ladies of Aanbestedingsrecht (webinar) (Anne)
  • 18 juni 2015: Voorlichtingsbijeenkomst 'Hoe maak je decentralisaties in de zorg Europaproof?' (Anke / Yvonne)
  • 21 september 2015: VU Law Academy, Leergang Aanbestedingsrecht voor juristen, college ‘overheidsopdrachten’ (Anke)
  • 14 oktober 2015: VU Law Academy, Leergang Aanbestedingsrecht voor inkopers, college ‘overheidsopdrachten’ (Anke)
  • 3 november 2015: Universiteit Utrecht, Aanbestedingsrecht voor de inkooppraktijk, Focus op sociale en duurzaamheidsaspecten in aanbestedingen (Anne)
  • 5 november 2015: Academie voor de Rechtspraktijk, Werkcollege Aanbestedingsrecht, soorten aanbestedingsprocedures (Anne)

Publicaties

Lees de tot heden verschenen artikelen integraal op deze website.

Meer informatie

Anke Stellingwerff Beintema: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 06 - 532 406 76
Anne Fischer-Braams: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., 06 – 532 431 68 
Pascal Broers: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., 06 - 182 456 98
Yvonne Maasdam: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., 06 - 245 949 27
Rob Ludding : Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 06 – 518 235 94

Colofon

Uitgave: één keer per twee maanden
Kosten: geen
Aanmelden: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. o.v.v. naam, functie en contactgegevens
Volg ons voor actuele informatie ook op Twitter: https://twitter.com/mbfadvocaten

Hoewel deze publicatie met grote zorgvuldigheid is samengesteld, aanvaarden Maasdam Broers Fischer advocaten en alle andere entiteiten, samenwerkingsverbanden, personen en praktijken die handelen onder de naam 'Maasdam Broers Fischer advocaten', geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit deze uitgave zonder hun medewerking. De aangeboden informatie is bedoeld ter algemene informatie en kan niet worden beschouwd als advies.

Naar overzicht digitale nieuwsbrieven

Inschrijven nieuwsbrief

captcha