Go To Top

Dit artikel is gepubliceerd in Het Financieele Dagblad van 14 mei 2012
Yvonne Maasdam licht dit toe in een interview op BNR Nieuwsradio (uitzending 15 mei 2012, 20:10:20 uur) 

Het is hoog tijd dat de overheid meer ruimte biedt om samenwerkingsafspraken te maken in de zorgsector. De wetgever biedt, juist mede met het oog op de introductie van marktwerking in de zorg, instrumenten in de mededingingswet die dat mogelijk maken. Zo kunnen bepaalde categorieën van afspraken expliciet worden vrijgesteld van mededingingsregels.

Vaststelling van een groepsvrijstelling voor bepaalde afspraken biedt zorgaanbieders rechtszekerheid. Daarnaast kan de overheid met een wettelijke bevoegdheid duidelijk maken dat bepaalde publieke belangen een beperking van de mededinging rechtvaardigen. Die instrumenten liggen echter al jarenlang ongebruikt in de kast.

Voor de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie is in samenwerking met de Nederlandse mededingingsautoriteit (NMa) een belangrijke taak weggelegd om maatschappelijk gewenste afspraken tot stand te brengen. Een vrijstelling en meer duidelijkheid over de weging van publieke belangen ten opzichte van de mededingingsregels kan de NMa ook helpen scherpere keuzes te maken bij haar handhavingsbeleid.

Boetes vernietigd

Recentelijk heeft de Rotterdamse rechtbank in twee gevallen de boetes aan thuiszorginstellingen wegens vermeende overtreding van de mededingingswet vernietigd. De NMa deed volgens de rechter onvoldoende onderzoek naar de marktomstandigheden waaronder de afspraken zijn gemaakt. Terecht vindt de rechtbank dat zonder zo’n onderzoek geen overtreding van het kartelverbod kan worden vastgesteld. De uitspraak bevestigt dat er een nuancering moet komen bij de toepassing van de mededingingsregels in de zorg.

Henk Don, bestuurder van de NMa, constateerde onlangs in een interview dat er bij veel zorgverleners verlamming is ontstaan vanwege de mededingingsregels en de rol van de NMa. maar volgens Don is dit niet nodig. Zorgaanbieders hebben wel degelijk mogelijkheden om samen te werken, zolang zij kunnen aantonen dat het belang van de patiënt vooropstaat. Zorgaanbieders zouden volgens Don gewoon hun huiswerk moeten doen en een goede analyse maken. Dat is gemakkelijk gezegd, maar het is bepaald geen eenvoudige klus om aan te tonen dat afspraken in het belang van de patiënt een beperking van de concurrentie rechtvaardigen.

NMa moeite met huiswerk

Uit de uitspraak van de rechtbank blijkt dat de NMa zelf toch ook wel moeite heeft met het maken van haar huiswerk. En dat is niet de eerste keer. De enige andere boete die getoetst is door de rechter — opgelegd aan brancheorganisaties van psychologen en psychotherapeuten — is na een langdurige juridische strijd ook vernietigd. De rechter kwam ook in die zaak tot het oordeel dat de NMa onvoldoende had gekeken naar de specifieke marktomstandigheden.

Zoals het voor de NMa uiterst lastig is om te bewijzen dat een afspraak in de zorgsector in strijd is met de mededingingsregels, zo is het voor zorgaanbieders heel moeilijk om aan te tonen dat de mededingingsregels moeten wijken voor een samenwerkingsafspraak die in het belang is van de patiënt. Daar komt bij dat het ministerie van VWS er juist constant op hamert dat samenwerking tussen zorgaanbieders hard nodig is om de publieke belangen in de zorg te waarborgen. Daarbij bekreunt de overheid zich dan niet over de vraag of de betrokken zorgaanbieders daarmee wellicht de mededingingsregels overtreden.

Kortom er is alle reden om eindelijk gebruik te maken van de instrumenten die de mededingingswet biedt. Dat verschaft alle partijen, zorgaanbieders én NMa, meer helderheid over de ruimte op het speelveld, waardoor maatschappelijk gewenste afspraken tussen zorgaanbieders tot stand komen.

Pascal Broers en Yvonne Maasdam zijn advocaat en partner bij Maasdam Mededingingsadvocaten in Rijswijk.

Inschrijven nieuwsbrief

captcha